R

  • Registergoed Een goed dat volgens de wet moet worden ingeschreven in bepaalde registers: grond, huizen, schepen, vliegtuigen. Door de inschrijving kan iedereen zien aan wie het toebehoort en of er een ander zakelijk recht (bijvoorbeeld een hypotheek) op rust.

  • Rente bijschrijven Bij ruime overwaarde kan men soms overeenkomen om met aflossen op de hypotheek te stoppen en bovendien de rente bij de schuld te laten bijschrijven.

  • Rente tijdens de bouw Als men een nieuw huis laat bouwen wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.

  • Rentebedenktijd Bij veel hypotheken heeft men bij aanvang één of twee jaren de vrije keuze om te bepalen op welk moment de rente wordt vastgezet voor een nieuwe periode. Soms is er ook rentebedenktijd steeds vanaf één of twee jaar voordat een rentevaste periode afloopt.

  • Rentegarantie De hypotheekofferte waarin de aangeboden rente voor een bepaalde periode wordt gegarandeerd, zonder dat bekend is om welke woning het gaat.

  • Renteherziening Het vooraf overeengekomen tijdstip waarop de rente voor een aangegane lening wordt herzien.

  • Rentemarge Het verschil tussen de gemiddelde debetrente en creditrente. Deze marge is de voornaamste bron van inkomsten van een bank.

  • Rentemiddeling Wanneer tijdens een rentevaste periode de hypotheek om wat voor reden dan ook wordt beëindigd en er wordt een nieuwe hypotheek afgesloten bij dezelfde geldverstrekker, kan die voorstellen om een gemiddelde aan te houden tussen de oude lagere rente en de hogere dagrente. Sommige banken zijn ook bereid via rentemiddeling vervroegd te verlengen. Rentemiddeling kan ook aan de orde zijn bij het verhogen van de hypotheek.

  • Renteopslag De verhoging bovenop het normale rentetarief, als er meer wordt geleend dan (bij de meeste geldverstrekkers) circa 75% van de executiewaarde van het huis. Vaak is de opslag hoger naarmate meer wordt geleend ten opzichte van de genoemde grens. De opslag geldt niet voor hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie.

  • Rentevaste periode Ook wel rentefixatieperiode. Bij het afsluiten van een hypotheek wordt de rente voor een bepaalde periode vastgezet, bijvoorbeeld vijf of tien jaar. • Rentevrijstelling Over een bepaald bedrag aan ontvangen rente, hoeft u geen belasting te betalen.

  • Restantschuld/ Restschuld Het restant van de schuld van de oorspronkelijke lening na aftrek van alle gedane aflossingen.

  • Restitutie boeterente Bij voortijdig aflossen i.v.m. verkoop berekenen hypotheekverstrekkers soms boeterente. Als u een nieuwe hypotheek bij dezelfde bank afsluit, krijgt u die boeterente over het algemeen terug. De nieuwe hypotheek moet u dan meestal binnen drie of zes maanden afsluiten.

  • Reële rente Het verschil tussen de marktrente en het inflatiepercentage.

  • Rijksrekenrente Rente die levensverzekeringsmaatschappijen wettelijk moeten vergoeden over het door de verzekerde opgespaarde bedrag (momenteel 4%). Speelt bij een spaarhypotheek geen rol zolang de hypotheekrente hoger is dan 4%, omdat daar een rentevergoeding wordt aangehouden die gelijk is aan het percentage van de overeengekomen hypotheekrente.

  • Roerende zaken Alles wat niet tot de onroerende zaken behoort.